Voor 4-6 personen:
- 3 eieren
- 275 ml. slagroom
- 50 gr. suiker
- geraspte schil van 1 sinaasappel
- plukje saffraan
- 450 gr. rabarber, in stukjes van 3 cm
- 50 gr. amandelschaafsel, geroosterd
Voor het korstdeeg:
- 150 gr. bloem
- 50 gr. fijne kristalsuiker
- 75 gr. ijskoude boter, in blokjes
- 1 eierdooier
- beetje ijskoud water
Maak eerst het deeg. Mix de bloem met de suiker 1 minuut in een keukenmachine. Voeg de koude boterblokjes toe. Vermeng ze met de pulseerknop door het bloemmengsel zodat het kruimelig wordt. Doe dit over in een kom.
Roer de eierdooier los met een beetje ijskoud water en meng hiervan precies zoveel door kruimelige mengsel dat het een samenhangende deegbal vormt. Rol het deeg op een licht met bloem bestoven werkvlak uit tot een deeglap en bekleed hiermee een taartvorm van 20 cm doorsnede. Zet hem een half uur in de koelkast.
Verwarm de oven voor tot 190 graden. Prik met een vork gaatjes in de bodem, leg hierop een rond velletje bakpapier en breng hierop een blinde vulling aan. Bak de bodem 15 minuten. Neem uit de oven, verwijder de blinde vulling en het papier en bak nog eens 10 minuten. Laat enigszins afkoelen. Schakel de oven nog niet uit.
Roer de eieren los en meng ze met de room, suiker, sinaasappelschil en saffraan. Schik de stukjes rabarber straalsgewijs op de deegbodem. Schenk het roommengsel erover en zet de taart in de oven. Schakel de temperatuur terug tot 180 graden en bak nog zo'n 10 minuten tot de vulling gestold is en licht kleurt. Laat de taart afkoelen en strooi het amandelschaafsel erover.
Bron: Sarah Raven, Vers uit de tuin
