Voor 12 personen:
- 225 gr. amandelroomboterkoekjes
- 125 gr. ongezouten roomboter
- 4 blaadjes gelatine
- sap van 1 citroen
- 125 gr. suiker
- 600 gr. boerenyoghurt
- 200 ml. slagroom
- 1 zakje vanillesuiker
- 125 gr. bramen
Maal de koekjes fijn in de keukenmachine. Smelt de boter in een steelpan op laag vuur. Roer het koekkruim erdoor. Verdeel het mengsel met de bolle kant van een lepel over de bodem van een bakvorm (18 x 28 cm). Zet in de koelkast om hard te worden.
Week de gelatine in een kom met ruim koud water. Breng het citroensap met 75 gr. suiker tegen de kook. Neem van het vuur en los 3 goed uitgeknepen blaadjes gelatine op in het warme sap. Meng het citroensap door de yoghurt.
Klop de slagroom met de vanillesuiker bijna stijf. Spatel de slagroom door de yoghurt. Schep het yoghurtmengsel op de koekbodem.
Pureer de bramen met de resterende 50 gr. suiker. Wrijf de bramenpuree door een zeef in een steelpan. Breng op laag vuur tegen de kook. Los het laatste goed uitgeknepen blaadje gelatine op in de warme bramenpuree. Schenk de puree in een straaltje over de yoghurtmousse. Schep met een lepel wat om, zodat een marmereffect ontstaat.
Zet de taart minstens 4 uur in de koelkast om op te stijven. Snijd in 12 mooie blokjes.
Garneer met een koekje, verse bramen, munt
Bron: Janneke Philippi